De Nederlandse Watertorens in
oude foto's en prentbriefkaarten
Restauratie van houten vloeren en balklagen op CD
Kastelen en
buitenplaatser in Zuid-Holland
Monumentenzorg lokaal op koers
De Utrechtse Heuvelrug - Dorpen en Landelijk
Gebied
Opkomst van de Moderne stad – Ruimtelijke veranderingen in Maastricht
1660-1905
Torenuurwerken - Techniek-Onderhoud
150 jaar
stoomgemaal Mastenbroek
Het boek vormt een handreiking voor een
gerichte aanpak van gemeentelijk monumentenbeleid. Het is niet alleen bedoeld voor
de (gemeentelijke) ambtenaar monumentenzorg, maar ook voor andere betrokkenen
bij de zorg voor het cultureel erfgoed op lokaal niveau.
Naast het algemene kader van wet- en
regelgeving wordt uitvoerig stilgestaan bij de opzet en uitvoering van een gemeentelijk
monumentenbeleid.
Het boek (ISBN 90 322 7750 2) wordt
uitgegeven door de uitgeverij van het VNG te Den Haag (070 373 8888). (okt. '00) top
Op de keper beschouwd
In november 200 zal het nieuwe handboek voor
textielcollecties verschijnen. In het boek wordt ingegaan op de achtergronden
van behoud van textielcollecties. Het boek bestaat uit drie delen; het eerste
deel behandelt de theorie van de materialen, de invloed van licht en lucht en
de herkenning van schimmels en insecten. In het tweede deel wordt ingegaan op
de inrichting van het depot, het transport van voorwerpen, het tentoonstellen
van textiel en de materialen, die daarbij gebruikt kunnen worden. Het derde deel
omvat informatie over conservering, restauratie, documentatie en
collectiemanagement.
Uitgave van de Stichting Textielcommissie
Nederland en is geschreven door Foekje Boersma, Agnes Brokerhof, Saskia van den
Berg en Judith Tegelaers. Het boek is te bestellen bij de heer Frits Regter, 1ste
Oosterparkstraat 181 – 1091 HA Amsterdam of E-mail: fritsregter@hetnet.nl (okt. '00) top
De Nederlandse Watertorens in oude foto's en
prentbriefkaarten
De Nederlandse Watertorenstichting heeft het
boek "De Nederlandse Watertorens in oude foto's en prentbriefkaarten"
ten doop houden. Het boek - verzorgd door de secretaris van de stichting H.
Rienks - behandelt onder andere de geschiedenis van de waterleidingbedrijven in
Nederland, de functie van watertorens bij waterleidingbedrijven, toren- en
reservoirtypes en nieuwe bestemmingen voor buiten gebruik gestelde torens. Meer
dan 150 illustraties telt het 132 pagina's dikke boek. Het boek is te koop in de
boekhandel. (feb.00) top
Begin juli is het nieuwe boek ‘Restauratiekosten’
verschenen. Dit boek is uitgebracht door Reed Business Information bv in Doetinchem.
Het boek geeft de gebruiker inzicht in de directe kosten en
de daarbij behorende techniek, uitvoering en planning voor
restauratiewerk. ‘Restauratiekosten’ is
vooral bestemd voor bedrijven en instanties die af en toe met
restauratiewerk te maken krijgen. Bijvoorbeeld in het kader van een renovatie-
of onderhoudsproject, een verbouwing of herbestemming. De redactie van de
afdeling Bouw & Infra geeft dit boek uit, omdat informatie over de kosten
en uitvoeringstijden juist voor deze groep onvoldoende in de markt te vinden
is. Voor de echte vakspecialisten kan het boek dienst doen als naslagwerk.
‘Restauratiekosten’ bevat ongeveer 90 tabellen met
kostencalculaties. De onderwerpen van de calculaties zijn opgebouwd volgens de elementcode
(NL/SfB-codering) en STABU. Elk onderwerp begint met een inleidende tekst en
een foto van het te restaureren onderdeel. Vervolgens wordt zo praktisch
mogelijk de techniek, de uitvoering, de planningsaspecten en de specifieke
aandachtspunten van de werkzaamheden weergegeven. Ten slotte staan de kosten
ervan in een tabel vermeld. Deze kostentabellen bevatten de totale
bewerkingstijden en de uitvoeringskosten per bewerking. De uitvoeringskosten
zijn steeds gedetailleerd berekend met alle directe kosten van arbeid en
materiaal. Van elke kostentabel is tenminste één bedrag gespecificeerd
weergegeven. Dit bedrag staat in de tabel vet afgedrukt en wordt in een ander
hoofdstuk gespecificeerd.
Aanvragen
Het
boek ‘Restauratiekosten’ wordt jaarlijks geactualiseerd en uitgebreid met
nieuwe prijzen,
materialen en werkmethoden. Het boek kan op
abonnementsbasis of eenmalig worden besteld. Bij een abonnement ontvangt men
elk jaar automatisch de nieuwste editie. Zo blijft men altijd in het bezit van
de meest actuele gegevens. Het boek kost op abonnementsbasis € 75,- en eenmalig
€ 110,-. Voor meer informatie of voor het aanvragen van een brochure kan men
bellen met: Reed Business Information bv, Bouw & Infra, telefoon (0314) 34
98 88. top
Hoe rijk de Utrechtse Heuvelrug tussen De Bilt en
Rhenen aan historische bebouwing is, kon al worden opgemaakt uit het eerste
deel over de Stichtse Lustwarande waarin de buitenplaatsen met hun parken
uitvoerig belicht worden. Maar er is
meer dan dat. In het tweede,
aansluitende deel komen de dorpen en het platteland aan bod met hun rijke
verscheidenheid aan soorten gebouwen.
Te noemen valt de verdedigingswerken als de Grebbelinie, de resten van
de middeleeuwse wallen van Rhenen en het aardfort op de Heimenberg, de rooms-katholieke
en protestantse kerken met hun oude geschiedenis en rijke inventarisstukken die
vanaf de 16de tot en met de 20ste eeuw in de gebouwen te vinden zijn, de
overheidsgebouwen als raadhuizen, postkantoren en politiebureaus, het
industrieel erfgoed, bescheiden aanwezig, de gebouwen van sociale zorg van
herstellingsoorden tot scholen, de landelijke bouwkunst met de boerderijen en
schaapskooien en de woningen en woningbouwcomplexen. In dit laatste hoofdstuk wordt uitvoerig ingegaan op een
verschijnsel dat kenmerkend is voor de Heuvelrug, namelijk de zeer sterke groei
van de dorpen met vooral landelijke villa's die vanaf 1900 heeft
plaatsgevonden. Zoals gebruikelijk is
ook dit boek rijk geïllustreerd met foto's. kaarten en tekeningen.
Catharina L. van Groningen, Nicoline Zemering, Stijn
van Genuchten, Albert Reinstra en Ton van der Wal (foto's), Waanders Uitgevers
Zwolle, 384 pag., 600 afb. ISBN 90 400 9429 2 (verkrijgbaar in de boekhandel) (dec. ’00) top
Opkomst van de Moderne stad – Ruimtelijke veranderingen in Maastricht 1660-1905
In dit boek wordt gedetailleerd inzicht gegeven in een
verwaarloosd aspect uit de geschiedenis van de (Nederlandse) stad: de
transformatie van haar ruimte. Met
Maastricht als voorbeeld worden de wetmatigheden en mechanieken blootgelegd aan
de hand waarvan de stad - op het breukvlak van het pre-industriële en
industriële tijdperk - zich heeft
ontwikkeld. De analyse van
geschreven bronnen en historisch kaartmateriaal werpt licht op de veranderingen
van de binnenstedelijke ruimte, maar toont ook het verband tussen de
beweeglijkheid van het historisch centrum en de relatieve immobiliteit van het
infrastructurele netwerk daaromheen. In de overgang van een ge-isoleerd en
'ontoegankelijk' militair gebied naar een goed ontsloten, transparante moderne
ruimte hebben de verworvenheden van de (Franse) cartografie en de technische
ingenieurskunst een cruciale rol gespeeld.
De (geplande) opname van Maastricht in een netwerk van wegen, kanalen en
havens (het Bassin uit 1827) vormde, naast economische en cultuurpolitieke
aspecten, een onmisbare voorwaarde voor de opkomst van Maastricht als de eerste
moderne industriestad van Nederland. De
studie begint met de bouw van het stadhuis (1659-64) als een bij uitstek
stedenbouwkundig moment in een nog grotendeels laat-middeleeuws stratenplan, en
eindigt met het eerste uitbreidingsplan van 1905 in het kader van de
Woningwet. In de tussenliggende periode
heeft Maastricht zich - zoals veel andere steden - ontwikkeld zonder enig
overkoepelend plan. Er was sprake van
een mozaïek van incidenten, van herschikking, correctie en aanpassing van het
bestaande, zonder dat de modernisering van de stad daardoor vertraagd of
belemmerd werd. Al die incidenten waren onderdeel van complexe strategieën aan
de hand waarvan de politieke, militaire en economische elites de ruimte van de
stad probeerden te beheersen. Het
historisch kader waarbinnen deze belangenstrijd zich afspeelde, wordt gevormd
door de ontwikkeling van Maastricht van een in zichzelf gekeerde garnizoensstad
tot de eerste industriestad binnen het Koninkrijk. De inrichting sinds 1867 van de ontmantelde vestinggronden was
daarvan een opvallende bevestiging.
Marijke Martin, Waanders Uitgevers Zwolle, 2000, 288
pag., ISBN 90 400 9323 7 (verkrijgbaar in de boekhandel) (dec. ’00) top
Torenuurwerken - Techniek-Onderhoud
Een praktische gids voor het onderhouden van
Torenuurwerken.
Ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum heeft de
Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk dit fraaie boekwerkje
uitgegeven. Het beschrijft in een
heldere stijl de geschiedenis van het torenuurwerk, de technische werking
ervan, tips voor noodzakelijk onderhoud alsmede richtlijnen voor eigenaren bij
restauraties en beheer. Hierin wordt onder meer duidelijk verwoord dat er
zelden een technische noodzaak aanwezig is om een kostbaar torenuurwerk te
vervangen. Iets wat helaas nog te dikwijls gebeurt. Ook wordt beschreven dat er tegenwoordig voldoende technische
middelen beschikbaar zijn die tot meer bedieningsgemak kunnen leiden, zoals het
automatisch opwinden van het uurwerk.
Het boekje is vanuit de praktijk geschreven, bevat talrijke foto's en
een verklarende woordenlijst. Samengesteld door L.J.M. Heijst, W. Houtkooper,
ir. L.A.A. Romeyn en J.M. Scholtens.
Uitgave van de Stichting tot Behoud van het torenuurwerk, 2000, 39 pag., ISBN
90 901 3609 6 (te bestellen bij de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk, (dec. ’00) top
Bouwradius uitgeverij (Antwoordnummer 10185 -
2700 VB ZOETERMEER) levert een digitaal naslagwerk, dat gaat over de
restauratie van houten vloeren en balklagen. Het bevat een historische
inleiding over de ontwikkeling van het woonhuis. Verder wordt aandacht besteed
aan de kenmerken van houten vloeren en balklagen. Hierbij wordt ook gekeken
naar ijzers en ankers en de versterking en ondersteuning van de
hoofddraagconstructie. Uiteraard worden ook houtverbindingen behandeld. (jan. '00) top
Serie Huizen in Nederland compleet bij
verschijning vierde deel
Naast de delen
Friesland en Noord-Holland, Amsterdam, Zeeland en Zuid-Holland is nu het
laatste deel Utrecht, Noord-Brabant en de oostelijke provincies verschenen.
In dit vierde deel rondt professor Meischke zijn beschouwingen over de bouwgeschiedenis van het Nederlandse woonhuis af, waardoor er een diepgaand landelijk beeld gevormd is over dit onderwerp. Verder vindt u in dit boek op de bekende, grondige wijze de neerslag van diepgravend onderzoek naar de bouw- en bewoningsgeschiedenis van de panden in het bezit 'van 'Hendrick de Keyser'. Door de heldere beschrijvingen wordt van ieder huis de geschiedenis en de restauratieachtergrond helder en inzichtelijk. Utrecht, Noord-Brabant en de oostelijke provincies leidt u langs huizen in het midden, oosten en zuiden van ons land en is daarmee een buitengewoon veelzijdig boek over de zeer diverse en uiteenlopende bouwtradities van het Nederlandse woonhuis.
HUIZEN IN NEDERLAND - Utrecht,
Noord-Brabant en de Oostelijke provincies
464 pagina's; 750 zwart/wit
afbeeldingen; ISBN 90 400 9431 4; luxe paperback
Bij de boekhandel
verkrijgbaar. WAANDERS u i t g e v e r s (Telefoon 038 465 86 28 / Fax
038 465 59 89 / E-mail info@waanders.nl (okt. ‘00) top
Kastelen en buitenplaatser in
Zuid-Holland
Iedereen kent ze, de één statig, de ander chique. Prachtige torens en togen, indrukwekkende oprijlanen met dikke rijen bomen en mooie grachtengordels of gezellige theekoepels in de bijbehorende tuinen. Kastelen en buitenplaatsen maken een onuitwisbare indruk.
De uitgave Kastelen en buitenplaatser in
Zuid-Holland is samengesteld door het Erfgoedhuis Zuid-Holland en de
Provincie Zuid-Holland en biedt een compleetoverzicht van de vele honderden
burchten, paleizen en buitens, verdwenen of nog bestaand. Sommige van deze
huizen zijn geopend voor belangstellenden. Anderen zijn nog bewoond of worden
beheerd en onderhouden door een verenging of stichting.
De uitgave is een must voor de ware liefhebber van de
architectuur, de tuinkunst en de geschiedenis van deze bijzondere monumenten.
Van het stoere ‘Teijlingen’' bij Sassenheim tot het deftige
‘Huys ten Donck' te Ridderkerk, van het strenge classicistische 'Hofwijck' -
het huis van Constantijn Huygens in Voorburg - tot het lommerrijke 'Dordwijk'
bij Dordrecht.
De uitgave besteedt aandacht aan de
ontwikkelingsgescliicdenis, de architectuur en de functie van deze
locaties. Ook de interieurs, het
dagelijks leven en het beheer wor den uitvoerig besproken. Zowel de tuinen en de parken als de diverse
bijgebouwen - zoals koetshuizen, ijskelders en theekoepels – komen uitgebreid
aan bod.
Vervolgens wordt ingegaan op de
waarderingsgeschiedenis van kastelen en buitenplaatsen.
De oorzaken van verval, het ontstaan van herwaardering
en het belang van het behoud van kastelen en buitenplaatsen worden hierbij
onder de aandacht gebracht.
Naast een boeiend overzicht van de zestig mooiste
locaties, is een repertorium opgenomen van alle nog geheel of gedeeltelijk
zichtbare Zuid-Hollandse kastelen en buitenplaatsen. Maar liefst 500
afbeeldingen, kaarten, foto's en plattegronden – deels in kleur - illustreren
deze fraaie uitgave. De uitgebreide actuele informatie en het vele, nooit
eerder gepubliceerde beeldrnateriaal, maken Kastelen en buitenplaatser in
Zuid-Holland tot een compleet en onmisbaar naslagwerk voor iedere
liefhebber van dit bijzondere erfgoed.
Kastelen en buitenplaatser in Zuid-Holland
512 pagina's; 500 zwart/wit
afbeeldingen; ISBN 90.5730.078.8;
gebonden met stofomslag; ongeveer € 45,-.
Bij de boekhandel verkrijgbaar.
Uitgeversmaatschappij
Walburg Pers - Antwoordnummer 87, 7100 VB Zutphen (Telefoon 0575 510 522 /
Fax 0565 542 289 / E-mail walburg@euronet.nl (okt. '00) top
Vijf handzame
cultuurhistorische folders van Heemschut over eigenzinnige steden.
De Nederlandse steden zijn bekend om hun variëteit en
hun bijzondere kenmerken. Steeds meer
mensen willen de verassende kanten van dit culturele erfgoed met karakter
ontdekken. Heemschut speelt met haar
cultuurhistorische folders in op deze vraag.
In vijf handzame folders leert u de hoogtepunten van de rijke
bewoningsgeschiedenis van vijf steden op een toegankelijke wijze kennen.
De volgende titels zijn verschenen: Amersfoort, 'Als
rechte hand van 't Sticht', Middelburg, 'Monumentaal Middelpunt van Zeeland',
Delden, 'Stad en Ambt Delden', 's-Hertogenbosch, 'Het Bosch van den Hertog' en
Den Helder, 'Keizerlijke fortificatie aan zee'. Historische steden blijven
verrassen. Bezoek ze en onderga het
unieke karakter van elke stad. Zittend
op een bank voor een prachtig monument kunt u nu op een toegankelijke wijze via
de Heemschut folders kennis nemen van de geschiedenis van onze
binnensteden. Groot of klein, landelijk
of juist stedelijk, ze hebben alle vijf hun eigen geschiedenis.
Ontdek het zelf en bestel één van de
cultuurhistorische folders bij het bureau van Heemschut, 020-622 52 92,
info@heemschut.nl of via de website. Prijs: ongeveer € 2,50 per stuk, inclusief verzendkosten. (apr. '01) top
door Margriet de Roever en Jenny Bierenbroodspot
met foto’s van Wim Ruigrok
In november 2004 is
uitgekomen De begraafplaatsen van
Amsterdam, een monografie over de funeraire geschiedenis van de hoofdstad. Een
dergelijk overzicht van de Amsterdamse begraafplaatsen bestond nog niet eerder.
Van alle nog bestaande dodenakkers - in totaal 30, zowel binnen als buiten de
stad - wordt kort de geschiedenis vermeld en worden zoveel mogelijk
interessante graven omschreven. Het boek is daarmee zowel een naslagwerk als
een wandelgids langs de verschillende graven. Er zijn uiteenlopende graven
opgenomen: van burgemeesters, politici, verzetsstrijders, kunstenaars en
schrijvers, en graven met een bijzonder uiterlijk. Ook de minder bekende
begraafplaatsen komen aan bod, zoals Sloten, het nog goed bewaard gebleven
Zunderdorp en de buiten de gemeente gelegen joodse begraafplaats Beth Haim. De
elementen die belangrijk zijn voor het karakter van een bepaalde begraafplaats
komen uitgebreid aan de orde, evenals zijn plaats in het cultuurhistorische
landschap.
De
Amsterdamse begraafcultuur neemt in de geschiedenis van Nederland een
belangrijke plaats in. Toen tegen het einde van de 18e eeuw vooruitstrevende
burgers om hygiënische redenen hun doden buiten de bebouwde kom gingen
begraven, legde het volle Amsterdam niet één, maar twee buitenbegraafplaatsen
aan, in Diemen en in Muiderberg. Deze zijn nog steeds in functie. Eigenlijk had
de stad al in de 17e eeuw een officieuze buitenbegraafplaats, toen veel
inwoners zich lieten begraven rond de kerk van buurgemeente Sloterdijk. Die
vijf sfeervolle, oude grafvelden rond de Petruskerk zijn nog steeds gewild als
begraafplaats. De hoofdstad liep ook voorop toen in 1914 het eerste Nederlandse
crematorium werd gevestigd op het Amsterdamse Westerveld.
In de funeraire geschiedenis is 2004 een jubileumjaar: het is 175 jaar geleden dat de grotere gemeenten verplicht werden een algemene begraafplaats aan te leggen. Het onhygiënische begraven in de kerken en op de overvolle kerkhoven, zoals dat eeuwenlang de gewoonte was, werd in 1829 illegaal. Deze omslag in de begraafcultuur leverde een aantal romantische parken op. De grotere gemeenten stonden toen voor de uitdaging een passende omgeving te verzorgen voor de duizenden armen die jaarlijks aan de aarde werden toevertrouwd. De pragmatisch aangelegde begraafplaatsen uit de jaren 1860 zijn nu verdwenen, maar het Amstelveense Zorgvlied, dat vooral voor de gegoede burgerij werd aangelegd, bestaat nog altijd. Het heeft slingerende lanen en werd ontworpen door de gerenommeerde tuinarchitectenfirma Zocher, die ook het Vondelpark ontwierp. Ook De Nieuwe Ooster uit 1894 van de vooraanstaande tuinarchitect L. Springer (tevens ontwerper van het Oosterpark) is nog springlevend. Verder resteren nog drie particuliere begraafplaatsen uit die tijd, St. Barbara aan de Spaarndammerdijk, Vredenhof aan de Haarlemmerweg en Te Vraag aan de Schinkel.
ISBN 90 5937 0147, prijs €
29,50, 240 pagina’s, gebonden en fullcolour (dec. ’04) top
Eind mei 2001 is het eerste deel van de nieuwe Terebinth-reeks over de
funeraire cultuur van Nederland verschenen. Het zijn handzame boekjes, royaal
geïllustreerd en opgezet in de vorm van routes die per fiets of auto - en in de
steden per openbaar vervoer - afgelegd kunnen worden. Met een deeltje in de
hand wandelt de lezer langs interessante kerkhoven, kapellen, begraafplaatsen,
hekwerken, grafmonumenten en treurbomen uit het verleden. Via voorbeelden van
hedendaagse graftekens en urnen biedt de reeks tegelijk een handreiking voor
een betere zorg voor onze funeraire cultuur in de toekomst.
Behalve aan Amsterdam besteedt de reeks aandacht aan alle provinciale
hoofdsteden en aan regio’s in de provincies.
De gehele reeks zal inclusief een inleidend deel minimaal 25 delen
omvatten.
Nooit eerder is de funeraire cultuur van Nederland zo uitgebreid beschreven
en toegankelijk gemaakt. Nooit eerder is de Nederlandse funeraire cultuur zo
integraal benaderd door deze in relatie te brengen met de omgeving, de
cultuurhistorie en de kunsthistorie en door lijnen te trekken naar de toekomst.
Is het eerste doel van de reeks een bijdrage te leveren aan de verspreiding
van kennis van onze funeraire cultuur, het tweede doel is inzicht te geven op
de mogelijke keuzes bij begraven en cremeren. Elke uitgave gaat in op zowel
historische als actuele ontwikkelingen. De serie geeft belangstellenden daarmee
een handreiking om, los van droevige omstandigheden, tijdig na te denken over
de vormgeving van hun eigen uitvaart. Zo wordt een weloverwogen funeraire
cultuur in de toekomst bevorderd.
Terebinth-leden
kunnen via een bon in het verenigingsblad met korting intekenen op de reeks of
een aantal delen daarvan. Informatie over lidmaatschap ontvangt u door een
email te sturen naar: terebinth@box.nl. Alle delen zijn ook in de boekhandel
verkrijgbaar. Onze internetsite www.gedenkboek.nl/terebinth
houdt u op de hoogte van volgende delen. (mei '01) top
In de door vereniging de Terebinth
ontwikkelde reeks over de funeraire cultuur van Nederland zijn weer twee
deeltjes verschenen: Funeraire Cultuur Drechtsteden en Funeraire Cultuur
Midden-Holland. In de funeraire cultuur van de regio Drechtsteden neemt
Dordrecht een belangrijke plaats in. Daar vinden we de simpele zerk voor de
beroemde Albert Cuyp in de Augustijnenkerk, het neogotische grafmonument voor
de zeeschilder J.C. Schotel inde Grote Kerk en een eivormig monument voor de
beeldhouwer Hans Petri op de algemene
begraafplaats Essenhof. Op de
laatstgenoemde begraafplaats gaan oud en nieuw harmonieus samen, waarbij vooral
de kunstzinnig vormgegeven nieuwe monumenten uitstekend passen in de oudere
grafvelden. Daarnaast komen funeraire objecten aan bod in Sliedrecht,
Zwijndrecht, Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam. Hoe in de laatstgenoemde plaats het hofje
voor de oorloggraven tot stand kwam, wordt geïllustreerd aan de hand van het
graf van een in 1944 omgekomen
Belgische piloot die in Alblasserdam werd begraven.
Midden-Holland met als grootste plaats
Gouda herbergt veel funeraire bezienswaardigheden in de categorie klein maar
fijn. Neem bijvoorbeeld een in steen gehouwen gedicht op een kindergraf in
Waddinxveen, een zeldzaam houten lijkenhuisje in neoclassicistische stijl in
Ouderkerk aan den IJssel of een tweetal barokke epitafen in de St. Janskerk in
Gouda. Onverwachte ontdekkingen in deze
regio zijn de neoclassicistische tombe op particuliere grond in Moordrecht, de
grafkelder voor de graven van Nassau in de Nederlands-hervormde kerk te Ouderkerk
aan den IJssel en het graf van de hond van de familie Bisdom van Vliet in
Haastrecht. De meest uitgesproken moderne funeraire cultuur vinden we op de
IJsselhof in Gouda, met zijn fraai
aangelegde urnenmuren en kleinschalige crematorium. Behalve voor objecten is er
ook aandacht voor rituelen. Zo wordt de begrafenis beschreven van een anoniem
gebleven Waddinxvener die bij de Zwijndrechtse nieuwlichters was aangesloten en
wordt uit de doeken gedaan hoe een vrouw uit het armenhuis het voor elkaar kreeg om in de St. Janskerk in Gouda
te worden begraven.
Auteur: Rita Hulsman
Uitgave: Aspekt BV, Soesterberg / de
Terebinth, Rotterdam
Verkrijgbaar in de
boekhandel of te bestellen via terebinth@box.nl, ISBN Funeraire
Cultuur Drechtsteden: 90-5911-058-7, ISBN Funeraire Cultuur Midden-Holland: 90-5911-074-9,
Winkelprijs: euro 9,98 (excl. verzendkosten).
Dat de hoofdstad van ons land een
rijke funeraire cultuur bezit, spreekt bijna vanzelf. Deze is niet alleen te
vinden in de kerken en op de begraafplaatsen, maar ook gewoon op straat. Grote
namen genoeg, om te beginnen in de Oude en Nieuwe Kerk. Van de grafmonumenten
van de vele zeehelden is het praalgraf
voor Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk
wel het bekendste, maar ook staat er een afgeknotte obelisk voor J.C.J.
van Speyk die zich in 1831 in Antwerpen met kanonneerboot en al in de lucht
liet vliegen. Hier ligt ook de gedenksteen voor de prins der dichters: Joost
van den Vondel.
Vrijwel alle begraafplaatsen van
Amsterdam passeren daarna de revue, de grote en de kleine. Daaronder de
prachtig gerestaureerde joodse begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan den
Amstel, het door tuinarchitect J.D. Zocher jr. in Engelse landschapsstijl
ontworpen Zorgvlied, de parkachtige Nieuwe Oosterbegraafplaats van
tuinarchitect L.A. Springer, het katholieke St. Barbara, en het piepkleine Huis
te Vraag. De route voert langs het imposante mausoleum van Oscar Carré en het
grafteken met de tegeltjes van Annie M.G. Schmidt op Zorgvlied en het tamelijk
onopvallende graf van Johnny Jordaan op Vredenhof. Maar ook het
Ajax-verstrooiveld op Westgaarde en het bijna door nieuwbouw opgesloten kerkje
en kerkhof van Sloterdijk komen ter sprake.
Het tweede aspect dat in dit deel aan
de orde komt is de funeraire cultuur op straat. De meeste monumenten in deze
categorie zijn opgericht voor slachtoffers van geweld. De bekendste zijn het
Nationaal Monument op de Dam en het Auschwitzmonument in het Wertheimpark. Minder algemeen bekend zijn het het monument
voor Joes Kloppenburg in de Voetboogsteeg en het Bijlmermonument in de Bijlmer,
op de plaats waar het El-Al toestel neerstortte. Voor de slachtoffers van aids is het Homomonument op de Keizersgracht
opgericht.
Titel: Funeraire Cultuur
Amsterdam
Auteur: Henk de Feijter
Formaat: 22x15,7 cm, Omvang: 64
pagina¹s, Uitvoering: full-color omslag, zwart-wit binnenwerk, Illustraties:
ruim 60, Uitgave: Aspekt BV, Soesterberg / de Terebinth, Rotterdam,
Verkrijgbaar in de boekhandel of te bestellen via terebinth@box.nl, ISBN: 90-5911-073-0,
Prijs: euro 9,98
Nadat voorafgaand aan deze reeks in 1999 eerst de
funeraire cultuur van de stad Rotterdam uitvoerig is beschreven, volgt nu de
regio Rotterdam. In deze regio hebben,
behalve vissers en reders, ook
steenbakkers, jeneverstokers en dominees hun sporen in de funeraire cultuur
achtergelaten. Schiedam is zowel nauw verbonden met de heilige St. Lidwina als
met de jeneverstokers die de stad groot hebben gemaakt. Ook is in deze stad
begraven François HaverSchmidt, die zijn bekendheid vooral dankt aan de
gedichten die hij schreef onder het pseudoniem Piet Paaltjens. In de Grote Kerk
van Vlaardingen is een van de oudste objecten uit de regio opgesteld: een
zandstenen sarcofaag van de geestelijke Thidbald uit de 12de eeuw. De algemene begraafplaats in Maassluis heeft
landelijke bekendheid gekregen door de schrijver Maarten Œt Hart, die in
diverse boeken anecdotes optekende over deze dodenakker, waar zijn vader
twintig jaar grafmaker was.
In de kerk van Poortugaal is te zien
dat het verbod op begraven in de kerk omzeild werd door een ingang van buitenaf
te maken waardoor men de grafkelder nog lang na 1829 kon gebruiken. De naam
Bentinck is verbonden met Rhoon, in de kerk staat een door Daniel Marot ontworpen grafmonument voor de
familie. Op een eilandje in het park achter Huys ten Donck in Ridderkerk ligt
de in het groen verborgen grafkelder
van de familie Groeninx van Zoelen. Buitendijks, binnendijks, inlands gelegen:
Krimpen aan den IJssel heeft het allemaal. Uitzonderlijk is de buitendijkse begraafplaats uit 1829 waar nog
maar enkele grafstenen staan. Op de jongste dodenakker uit 1978 zijn bijzonder
fraaie exemplaren te zien van moderne grafmonumenten. Op Schollevaar in Capelle aan den IJssel is de omslag van uniforme naar pluriforme
graftekens goed zichtbaar: uit circa 1970 dateren de liggende puzzelstukjes,
terwijl in de recente vakken een grote diversiteit aan grafbedekking te zien
is.
Titel: Funeraire Cultuur Regio
Rotterdam
Auteur: Rita Hulsman
Formaat: 22x15,7 cm, Omvang: 64
pagina¹s, Uitvoering: full-color omslag, zwart-wit binnenwerk, Illustraties:
ruim 60, Uitgave: Aspekt BV, Soesterberg / de Terebinth, Rotterdam,
Verkrijgbaar in de boekhandel of te bestellen via terebinth@box.nl, ISBN: 90-5911-077-3,
Prijs: euro 9,98 top
FUNERAIRE
CULTUUR REGIO LEIDEN
‘Maar dat ik ben verstooten door de universiteit, dat heb ik vaak
beschreid’, liet de in 1801 overleden J. Pelgrom op zijn zerk beitelen. Zo deed
deze laborant aan de universiteit van Leiden postuum zijn beklag over de manier
waarop zijn werkgever hem heeft behandeld.
Het wemelt in deze regio van de graven van mannen die aan de Leidse
universiteit verbonden zijn geweest. Vandaar dat het accent in dit deeltje ligt
op graftekens van en verhalen over hoogleraren. De oudste zerk van een
professor ligt in de Pieterskerk. Hij bedekt het graf van Johannes Heurnius, de
eerste Leidse hoogleraar in de geneeskunde, en dateert uit 1601. Een van zijn
collega’s zorgde voor een lovend grafschrift. De Hooglandse Kerk kan zich onder
meer beroemen op het epitaaf voor burgemeester P.A. van der Werff, die Leiden
door het beleg heen sleepte, en op het graf van Justinus van Nassau,
bastaardzoon van Willem van Oranje.
Op Groenesteeg zijn tussen het groen tal van juweeltjes te vinden, zoals
een sierlijk Jugendstil monument uit 1905 en vier regels van het gedicht Herbst van de Duitstalige dichter R.M.
Rilke op het graf van een in 1877 jong gestorven vrouw. De graftekens van
hoogleraren uit de eerste helft van de 20ste eeuw zijn overwegend zeer sober.
Ook de zerk uit 1902 van professor T. Zaaijer, die onderzoek deed naar de
doodsoorzaken van de slachtoffers van de beruchte Leidse gifmengster Goeie Mie.
De neoclassicistische kapel is op
de katholieke begraafplaats Zijlpoort het meest in het oog springende element.
In de categorie klein maar fijn valt de belettering die Anton Pieck ontwierp op
de zerk van een familielid.
Rhijnhof is de jongste begraafplaats van Leiden, die met zijn crematorium
en golvende urnenwanden met beide benen in het heden staat.
Op de begraafplaats bij het Groene Kerkje in Oegstgeest staat een
grafmonument uit 1929 dat uitloopt in een schapenkop, maar ook komen hier
tamelijk veel eigenzinnige hedendaagse graftekens voor, zoals een raamwerk met
een wapperend gordijn. Elders in deze
plaats staat op een grasveldje een eenzame zuil ter nagedachtenis aan Daniël A. Wyttenbach, hoogleraar Latijnse en
Griekse letteren.
En wie zou het graf van een Nobelprijswinnaar achter de Dorpskerk van
Voorschoten zoeken? Toch is daar H. Kamerlingh Onnes begraven. Leiderdorp biedt
onder meer enkele unieke moderne graftekens en Zoeterwoude heeft onverwacht
veel katholieke dodenakkers. Op een ervan
is in 1840 aartspriester Jan van Banning begraven. Hij had bij testament
bepaald dat alleen zijn stoffelijk omhulsel in het graf mocht liggen ‘om zonder
hinder bij het bazuingeschal van Gods engelen te kunnen opstaan en te midden
zijner Zoeterwoudenaren ter oordeel te verschijnen.’
Uitgave: Aspekt BV, Soesterberg / de Terebinth, Rotterdam; Verkrijgbaar in
de boekhandel of rechtstreeks via de terebinth (terebint@box.nl), ISBN:
90-5911-439-6, Prijs: euro 9,98
FUNERAIRE CULTUUR REGIO Middelburg door Martin van den Broecke
´Als gras en hooi is hier
des mensen leven´, staat op een grafmonument in Arnemuiden te lezen. Oorlogen
en overstromingen hebben Zeeland eeuwenlang geteisterd en nog overal zijn daar
de sporen van te zien. Ook in de funeraire cultuur.
Het
vredige aanzien van Middelburg doet niet meteen vermoeden dat de stad door de
eeuwen heen is getekend door oorlogen en de strijd tegen het water. Zo werd
Middelburg op 17 mei 1940 zwaar beschoten door de Duitse troepen waardoor een
derde deel van de binnenstad verloren ging. In het najaar van 1944 zetten de
geallieerde strijdkrachten Walcheren onder water om de Duisters van het eiland
te verdrijven. De inundatie had ook gevolgen voor de funeraire cultuur van
Middelburg: op bijna alle begraafplaatsen ging de beplanting door het zeewater
verloren. Veel van de oude funeraire cultuur in Middelburg verdween al eerder
door de sloop van twee middeleeuwse kerken.
De
rondgang in dit boek, waarbij de nadruk ligt op de oorlogen en de strijd tegen
het water, gaat langs de funeraire cultuur van de gemeente Middelburg: de
Abdijkerken met het praalgraf van de gebroeders Evertsen, de twee joodse
begraafplaatsen op de wallen, de Algemene Begraafplaats, de RK Begraafplaats.
De route gaat verder langs de begraafplaatsen, kerkhoven en kerken van de
dorpen St.-Laurens, Arnemuiden, Nieuw en St.-Joosland en Kleverskerke. Voor wie
zich wil verdiepen in de lokale geschiedenis, is deze rondgang langs het
funerair erfgoed zeker de moeite waard.
Uitgave:
Vereniging De Terebinth, ISBN: 90-74455-05-0, Prijs EUR 9,98
FUNERAIRE
CULTUUR REGIO Den Haag door
Rita Hulsman
‘Hier rust in 't kil
verblyf der dooden/ Een vrouw, die ryk aan
christendeugd/ Der armen toevlugt was in nooden/ De weeuwen troost, de weezen
vreugd.’ Zo luidt een deel van het grafschrift voor Sophia W.P. van Wassenaer,
geboren baronesse Van Heeckeren van Kell.
Graven van kapitaalkrachtige families zijn rijk
vertegenwoordigd in deze regio, die met zijn vele buitenplaatsen ooit een aards
paradijs was.
Het graf van Sophia van Wassenaer ligt op de protestantse
begraafplaats in Wassenaar. Het aloude kerkhof is sinds haar overlijden in 1847
herhaaldelijk uitgebreid, maar wel zodanig dat de stijl van de nieuwe delen
harmonieert met het oudste gedeelte.
Het
accent in dit boekje ligt op de stijl waarin de begraafplaatsen zijn aangelegd.
Elke vorm heeft zijn eigen schoonheid. Dat soberheid mooi kan zijn, bewijst de
joodse begraafplaats in Wassenaar, waar het grijs overheerst in de vorm van
hoge hardstenen stèles die in een vrij strak gelid staan.
En passant passeren allerlei wetenswaardigheden de revue. Zo lag honderd jaar lang de laatste rustplaats van de in 1908 overleden Antony Winkler Prins, de man van de gelijknamige encyclopedie, op de oude algemene begraafplaats van Voorburg. Nu niet meer, want zijn stoffelijke resten zijn in het najaar van 2005 overgebracht naar Veendam. Het graf van de dichter H. Tollens op de oude algemene begraafplaats te Rijswijk is nog wel intact, hoewel de muze der dichtkunst al lang van de sokkel is verdwenen.
Verder
levert de tocht langs begraafplaatsen interessante informatie op over tal van personen
uit het verleden, zoals Grietje de kluizenaarster, de radiopioniers van
Nederlands-Indië en Cornelis Jetses, de illustrator van Ot en Sien - om er een paar te noemen.
Uitgave:
Vereniging de Terebinth, ISBN: 90-74455-03-4, Prijs: EUR 9,98
FUNERAIRE CULTUUR REGIO Rijnstreek door Rita Hulsman
Marmeren onderdelen van een
kostbaar grafmonument lagen tientallen jaren in een kerkloods om tenslotte
verkocht te worden, een zerk diende als zittingplaat voor een monumentale
kerkbank en een oude sarcofaag raakte keer op keer zoek: deze en andere
voorbeelden uit de Rijnstreek illustreren de kwetsbaarheid van ons funeraire
erfgoed, het hoofdthema van dit boekje.
De
fraaie grafkapel van De Smeth in Alphen a/d Rijn heeft niet alleen de kerkbrand
van 1916 overleefd, maar ook de verwaarlozing in de daaropvolgende zestig jaar.
Na restauratie lijkt zijn voorbestaan gewaarborgd.
Andere
objecten of beschrijvingen daarvan zijn dankzij de inspanningen van de Alphense
schoolmeester W.M.C. Regt en veldwachter O.C. van Hemessen uit Woubrugge
bewaard gebleven. Maar zal het de vrienden van de Bernarduskerk in
Hazerswoude-Rijndijk lukken om hun begraafplaats te behouden?
Een
rondgang door de Rijnstreek geeft inzicht in de keuzes die zijn gemaakt met
betrekking tot bewaren of ruimen van waardevolle oude graftekens en gesloten
begraafplaatsen.
Daarnaast
aandacht voor aanpassingen van een begraafplaats aan de eisen van de tijd, met
als voorbeeld onder andere de Oosterbegraafplaats te Alphen. Eigentijds is ook
de groeiende behoefte aan een rustplaats voor overleden huisdieren. Daarvan
getuigt de dierenbegraafplaats in Zevenhoven, waar temidden van zo’n
vierduizend dieren ook een goudvis zijn eigen grafje heeft.
Uitgave:
Vereniging de Terebinth, ISBN: 90-74455-04-2, Prijs: EUR 9,98
Deze publicaties zijn te bestellen in de boekhandel,
via Vereniging De Terebinth, www.terebinth.nl
of Uitgeverij Ger Guijs, www.gerguijs.nl
FUNERAIRE CULTUUR
REGIO Sallandse heuvelrug door Bert Pierik
Dit
deeltje uit de reeks Funeraire Cultuur besteedt aandacht aan zowel
geloofsuitingen als vormgeving en materiaalgebruik op de begraafplaatsen rond
de Sallandse Heuvelrug. In hoeverre heeft de sobere volkscultuur zijn stempel gedrukt
op de laatste rustplaatsen?
Tijdens
de Opstand raakte Overijssel in Staatse handen en kwam een groot deel van
Salland onder invloed van de Reformatie. Alleen ver van de IJsselsteden gelegen
plaatsen als Raalte, Haarle, Heeten en Luttenberg bleven grotendeels katholiek.
Deze religieuze verschillen zijn nog steeds terug te vinden in de funeraire
cultuur.
De
auteur neemt de lezers mee naar de kerkhoven en begraafplaatsen van Raalte, Heeten,
Nieuw-Heeten, Luttenberg, Haarle, Hellendoorn, Dalen, Holten en Rijssen. Hij
geeft van elke dodenakker een korte beschrijving van de geschiedenis, de
indeling en de gebruikte materialen. Ook wordt b aandacht besteed aan recent
geplaatste monumenten voor ongedoopte kinderen. Wie voor parkachtige
begraafplaatsen naar de Sallandse Heuvelrug komt, zal enigszins worden
teleurgesteld. De funeraire cultuur in deze streek is over het algemeen
eenvoudig en eenvormig. Aan het einde van de 20ste eeuw is ook rond de
Sallandse Heuvelrug een vernieuwing van de funeraire cultuur zichtbaar. De
vormgeving van de gedenktekens wordt vrijer. Zo wordt ook de individualisering
van de samenleving zichtbaar op de Sallandse begraafplaatsen. Wie zijn ogen op
de begraafplaatsen en kerkhoven de kost geeft, zal in de sobere funeraire
cultuur het eenvoudige bestaan van de streekbewoners aflezen. Doordat de
recente vernieuwing ook hier zichtbaar is, krijgen de tot voor kort
karakteristieke eenvoud en eenvormigheid van zowel de katholieke als
protestante cultuurlandschappen extra reliëf.
Uitgave:
Vereniging De Terebinth - ISBN 90 74455 07 7 - Prijs € 9,98
Deze
publicatie is te bestellen in de boekhandel, via Vereniging De Terebinth, www.terebinth.nl of via Uitgeverij Ger
Guijs, www.gerguijs.nl
FUNERAIRE CULTUUR REGIO Friese meren door Leon Bok en Bartho Hendriksen
Het water in
Zuidwest-Friesland heeft eeuwenlang de geschiedenis van dit deel van Friesland
bepaald. Vele kerkhoven zijn in de golven verdwenen. De auteurs van dit deeltje
nemen de lezers mee op hun zoektocht naar de rol van het water in de funeraire
cultuur van Zuidwest-Friesland.
Water speelt van oudsher een belangrijke rol in het zuidwesten van Friesland.
In het verleden was het water van essentieel belang voor het vervoer van
goederen en mensen. Ook vormde het een belangrijke bron van inkomsten voor de
binnenvissers. Vooral de palingvisserij bracht plaatsen als Gaastmeer, Heeg en
Workum tot grote welvaart. Het water vormde tot ver in de 20ste eeuw echter ook
een bedreiging. Door de lage ligging van grote delen van Friesland was de
afwatering zeer gebrekkig. Jaarlijks kwam het Lage Midden in de wintermaanden
onder water te staan. Dorpen en boerderijen lagen vaak maandenlang als eilanden
in onmetelijke watervlakten. Alleen per boot of over hooggelegen wegen konden
de bewoners de buitenwereld bereiken. Pas in 1920 verbeterde de afwatering door
de bouw van stoom- en (later) elektrische gemalen. Het water werd niet langer
via natuurlijke afwatering op de Waddenzee en het IJsselmeer (Zuiderzee)
geloosd, maar kunstmatig uit de boezem gepompt. Daarmee bleef Friesland
verzekerd van droge voeten. Het water vormt het thema van dit boekje. Water is
direct en indirect ook van invloed geweest op de funeraire cultuur van het
gebied. De kortste weg naar een begraafplaats liep vaak over het water.
Uitgave:
Vereniging De Terebinth - ISBN 978 90 74455 08 4 - Prijs € 9,98
Deze
publicatie is te bestellen in de boekhandel of via Vereniging De Terebinth, www.terebinth.nl
150 jaar
stoomgemaal Mastenbroek
Het tijdperk van de windbemaling werd met de komst van het stoomgemaal afgesloten.Wateroverlast zoals voor 1856 is nadien nooit meer voorgekomen behalve de opzettelijke inundatie van de polder (september 1944 tot juni 1945).
De oorspronkelijke opzet was dat het water in de stoomketel vanuit de vuurmond opgestookt zou worden met vette kolen.. Bij gebrek aan kolen werd geprobeerd stro te gebruiken als brandstof. Het bleek te werken. Maandenlang werd stro gebruikt en het pleit voor de kwaliteit van de vuurhaard dat de installatie geen nadelen van deze toch ongewone brandstof ondervond. Later werd weer gestookt met vette kolen. In 1960 werd naast het oude stoomgemaal een elektrisch gemaal gebouwd die de taak van ‘d’Olde Mesiene’ overnam. Meer dan twintig jaar stond het oude stoomgemaal te verpieteren tot men inzag wat voor uniek erfstuk verloren dreigde te gaan. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd ‘de olde mesiene’ hersteld maar een grootscheepse restauratie is nodig om gebouw en machinerie voor de ondergang te behoeden. Er zijn twee stichtingen in het leven geroepen, de stichting Stoomgemaal Mastenbroek en de stichting Vrienden van d’Olde Mesiene. Deze laatste stichting telt rond de twintig leden die gezamenlijk zorgen voor de activiteiten. Dit jaar zijn er een achttal stoomdagen gehouden.
U kunt een werkelijk prachtig Jubileumboekje "Ode aan een Stoomreus": rechtstreeks bestellen: ch.galenkamp@kpnplanet.nl
Uw eigen uitgave ook op het MonumentenWeb?!
Zendt uw bericht aan:
MonumentenWeb Havenpark 13 –
15 4301 JG Zierikzee fax: 0111 450
931
e-mail:
relatie@monumentenweb.nl